Afstandsverklaring, toch nabestaandenpensioen

Wederom is duidelijk geworden dat het werken met afstandverklaringen en het derhalve niet opnemen van medewerkers in een pensioenregeling voor een werkgever zeer risicovol (lees: kostbaar) kan zijn.

Recent werd een kantonrechter gevraagd uitspraak te doen in een zaak die door de partner van een overleden werknemer tegen diens voormalige werkgever was aangespannen. Ondanks het bestaan van een (getekende) afstandsverklaring eiste de partner toch het partner- en wezenpensioen op.

Voor zijn medewerkers heeft de betreffende werkgever een pensioenregeling ondergebracht bij een verzekeringsmaatschappij. De werknemer had bij zijn indiensttreding in 2011 een afstandsverklaring ondertekend. Op dezelfde afstandsverklaring was ook namens de partner een handtekening geplaatst. Korte tijd later overleed de werknemer. De partner ontkent haar handtekening te hebben geplaatst.

Volgens de kantonrechter heeft de werkgever niet zorgvuldig heeft gehandeld door:
– niet te controleren of de partner daadwerkelijk voor het doen van afstand had getekend;
– de werknemer en/of zijn partner niet voldoende te informeren over de financiële gevolgen (‘materialiteit’) van het niet deelnemen aan de pensioenregeling.

De uitspraak van de kantonrechter houdt voor de werkgever in dat hij aan de nabestaanden van de overleden werknemer het partner- en wezenpensioen moet uitbetalen. Afgezien van het feit dat het niet aanmelden van werknemers een schending is van de onderbrengingsplicht van de werkgever (artikel 23 Pensioenwet), maakt het de positie van een werkgever (civielrechtelijk) kwetsbaar.